FADO AAN DE WAAL
27 maart 2014 door Mark Enneken
Meer dan de rivier, meer dan monumenten en zeker meer dan de vroedschap kleuren mensen een stad, die daardoor rijker aan tinten is dan het “Raadsel van Nijmegen” laat zien.
De stad als optelsom van 168.499 levende verhalen en een veelvoud aan memorie.
De pantoffelparade op busbanen en fietspaden in de binnenstad spiegelt dagelijks de stedelijke ziel. Niet de bebouwing, maar die bonte stoet van ‘living statues’ vormt een stadsgezicht dat beschermd moet worden. Al was het maar als een vingerwijzing naar herinneringen die van alle tijden zijn.
Heiligen kregen hier een pompeus standbeeld; heersers een voetstuk; strijders een plaquette, ijverigen een straatnaam, sommigen een speld maar iedereen heeft een levenslied.
Klanken rijgen zich aaneen.
Nostalgisch, juichend, hunkerend, mijmerend, amoureus, ingetogen en melancholisch. Fado aan de Waal.
De overleden Wout Pennings was de laatste tijd van de fado. Niet alleen als bezielde gitarist bij Quatro Ventos, maar ook als iemand die een diep gelooide kleur aan de stad gaf. Gisteren galmde zijn slotakkoord door de Boskapel om af te sterven onder het prille groen van Rustoord.
Woutje, de weerbarstige.
We deelden samen meer van Nijmegen dan we toegaven aan de toog of op het terras dat steeds vaker beneden, aan de kade lag. Daar verhaalden we over muziek, culturen, vulkanen en vrouwen waarbij de wijn even rusteloos stroomde als de rivier maar daar viel geen woord over. Dat liet hij aan de snaren van zijn gitaar over.
Een Nijmeegs monument heeft zichzelf gesloopt en wij treuren om het verlies van een muzikaal icoon dat groter wilde worden dan zijn geboortestad.
Gelukkig is het Nijmeegse geheugen niet alleen gebeiteld in steen, gegoten in brons, verpakt in woorden maar ook gegroefd in vinyl en gebrand op een schijfje.
“Zoete doden ik zie je weer, je mooie dromen bestaan niet meer”, zong Frank Boeijen lang geleden op muziek van Woutje die met zijn snaren dieper ging dan de Waal breed is en verder dan woorden reiken.
Gelukkig blijft muziek bestaan. Onbeperkt.
Mark Enneken